
Stralingshoek LED uitgelegd: 60°, 90° of 120° – welke kiest u voor uw hal of terrein?
Wat de stralingshoek van een LED-armatuur betekent, hoe die samenhangt met montagehoogte en onderlinge afstand, en welke hoek u kiest voor hallen, magazijnen, buitenterreinen en sportaccommodaties – met rekentabel en ...
Twee LED High Bays met hetzelfde wattage en dezelfde lichtstroom kunnen een hal totaal anders verlichten. De oorzaak is de stralingshoek: die bepaalt of het licht als een felle, geconcentreerde lichtvlek op de vloer valt of breed uitwaaiert over stellingen en wanden. Met de verkeerde hoek krijgt u donkere gangpaden, verblinding of verspild licht – en daar helpt geen extra wattage tegen. Deze gids legt uit wat de stralingshoek echt betekent, hoe die samenhangt met de montagehoogte en welke hoek u kiest voor hallen, magazijnen, buitenterreinen en sportaccommodaties.
- De stralingshoek is de hoek waarbinnen de lichtsterkte van een armatuur minstens 50 % van het maximum bedraagt (FWHM). Daarbuiten valt nog licht, maar veel zwakker.
- Zelfde lumen, smallere bundel = meer lux recht onder het armatuur en een kleiner verlicht oppervlak. Bredere bundel = lagere piek, groter oppervlak, betere overlap tussen armaturen.
- Vuistregel voor High Bays: tot ongeveer 6 m montagehoogte 120°, 6–10 m 90°, boven 10 m 60–90°. Smalle gangpaden tussen hoge stellingen vragen vaak smalle of asymmetrische gangpadoptiek.
- De verlichte diameter op de vloer is ongeveer 2 × hoogte × tan(stralingshoek ÷ 2): op 8 m verlicht een bundel van 90° een cirkel van circa 16 m.
- Voor buitenterreinen en sportvelden werkt asymmetrische optiek meestal beter dan een brede symmetrische bundel: meer licht op het doel, minder verblinding en strooilicht.
Wat de stralingshoek precies meet
Een LED-armatuur straalt geen gelijkmatige lichtkegel met een scherpe rand uit. De lichtsterkte (in candela) is het hoogst recht vooruit en neemt geleidelijk af naar de zijkanten. De stralingshoek (ook bundelhoek of lichthoek genoemd) is de volledige hoek tussen de twee richtingen waarin de lichtsterkte is gedaald tot 50 % van het maximum. Fotometrische normen noemen dit FWHM (full width at half maximum).
Sommige datasheets vermelden ook een veldhoek: de hoek waarbij de lichtsterkte tot 10 % daalt. De veldhoek is altijd breder dan de stralingshoek en toont hoe ver bruikbaar strooilicht reikt. Bij een High Bay met 90° ligt de veldhoek vaak op 110–130°.
De stralingshoek ontstaat door de optiek voor de LEDs:
- Lenzen (PC of PMMA) boven elke LED of LED-groep – gebruikelijk bij High Bays van 60°, 90° en 120°. Nauwkeurig, compact en ook verkrijgbaar in smalle en asymmetrische uitvoeringen.
- Reflectoren (aluminium) rond de LED-module – klassiek bij UFO High Bays. Een reflector maakt de bundel smaller en schermt de lichtbron af, wat verblinding vermindert.
- Diffusors (opaal afdekking) – gebruikt in panelen en armaturen voor lagere plafonds. Ze geven een zeer brede, zachte verdeling van ongeveer 110–120° met weinig verblinding.
Waarom dezelfde lumen verschillende lux geven
De lumenwaarde vertelt hoeveel licht een armatuur in totaal uitstraalt. De stralingshoek vertelt over hoeveel ruimte dat licht verdeeld wordt. Concentreert u dezelfde lumen in een smallere kegel, dan stijgt de lichtsterkte – en dus de verlichtingssterkte (lux) op de vloer – terwijl het verlichte oppervlak kleiner wordt.
Het vereenvoudigde voorbeeld hieronder toont één High Bay van 15.000 lm op 8 m montagehoogte. Reflecties van wanden en overlap met naburige armaturen zijn buiten beschouwing gelaten; het toont dus enkel het principe:
| Stralingshoek | Verlichte diameter op de vloer | Ca. lux recht onder het armatuur | Typisch effect |
|---|---|---|---|
| 60° | circa 9 m | circa 280 lx | Felle lichtvlek, donkere zones tussen armaturen tenzij die dichter bij elkaar hangen |
| 90° | circa 16 m | circa 130 lx | Evenwichtig: goede overlap bij normale onderlinge afstand |
| 120° | circa 28 m | circa 75 lx | Zeer gelijkmatig, maar op deze hoogte veel licht op wanden en stellingen |
In een echte installatie overlappen de armaturen en is het doel een gemiddelde verlichtingssterkte met een minimale gelijkmatigheid, niet de piekwaarde onder één armatuur. Daarom hangt de juiste stralingshoek af van montagehoogte én onderlinge afstand samen – zie Hoeveel lux heeft u nodig? voor de streefwaarden per ruimte en Lumen vs. lumen per watt voor de efficiëntie.
Het verlichte oppervlak berekenen
Voor een snelle schatting van de diameter die binnen de stralingshoek verlicht wordt:
Diameter ≈ 2 × montagehoogte × tan(stralingshoek ÷ 2)
| Montagehoogte | 60° | 90° | 120° |
|---|---|---|---|
| 4 m | 4,6 m | 8 m | 13,9 m |
| 6 m | 6,9 m | 12 m | 20,8 m |
| 8 m | 9,2 m | 16 m | 27,7 m |
| 10 m | 11,5 m | 20 m | 34,6 m |
| 12 m | 13,9 m | 24 m | 41,6 m |
Montagehoogte betekent hier de afstand van het armatuur tot het werkvlak (vaak de vloer, of 0,75–0,85 m daarboven bij werkbanken), niet de hoogte van het dak.
Welke stralingshoek voor welke toepassing?
| Toepassing | Aanbevolen stralingshoek | Waarom |
|---|---|---|
| Werkplaatsen, lage hallen tot ca. 6 m | 120° | Brede overlap, gelijkmatig licht, weinig schaduw op werkbanken |
| Productie- en opslaghallen 6–10 m | 90° | Beste balans tussen gelijkmatigheid en licht op de vloer |
| Hoge hallen boven 10 m | 60° of 90° | Brengt voldoende licht tot op de vloer zonder verlies op wanden en dak |
| Smalle gangpaden tussen hoge stellingen | Smal (30–60°) of asymmetrische gangpadoptiek | Licht op de stellingfronten en het gangpad, niet bovenop de stellingen |
| Sporthallen | 60–90°, vaak met antiverblindingsreflector | Verticaal licht voor balsporten, beperkte verblinding voor spelers die omhoog kijken |
| Bedrijfsterreinen, laadzones, parkings | Asymmetrische of brede (90–120°) schijnwerpers | Groot oppervlak met weinig masten, beperkt strooilicht richting buren |
| Sportvelden | Smalle en asymmetrische schijnwerperoptiek | Lange worp van de mast tot het midden van het veld met beheerste verblinding |
| Kantoren en klaslokalen | Diffuus (panelen, ca. 110–120°) | Zacht licht met weinig verblinding bij lage plafondhoogtes |
Voor de volledige planning van hallen en magazijnen: zie onze gids LED-halverlichting en de gids magazijnverlichting.
LED High Bays met optiek van 90° en 120° – Philips- of Sosen-driver, IP65:
Onderlinge afstand en gelijkmatigheid: hoek en raster horen samen
De gelijkmatigheid (U0) is de verhouding tussen de laagste en de gemiddelde verlichtingssterkte. EN 12464-1 vraagt doorgaans U0 ≥ 0,4 in opslagruimtes en ≥ 0,6 op werkplekken. Of u dat haalt, hangt af van de afstand tussen de armaturen ten opzichte van hun montagehoogte – de verhouding afstand/hoogte.
- Bij smalle bundels (60°) houdt u de onderlinge afstand ongeveer gelijk aan of kleiner dan de montagehoogte. Grotere afstanden geven zichtbare donkere banen.
- Bij bundels van 90° geeft een afstand van ongeveer 1 tot 1,3 keer de montagehoogte meestal een goede gelijkmatigheid.
- Bij bundels van 120° kan de afstand oplopen tot ongeveer 1,5 keer de montagehoogte – handig in lage hallen, maar op grotere hoogte valt veel licht op wanden en stellingen.
Dit zijn vertrekpunten. Stellingen, tussenvloeren, de reflectie van wanden en de exacte lichtverdelingscurve beïnvloeden het resultaat. Daarom is een lichtberekening met het echte fotometrische bestand (LDT of IES) de enige betrouwbare controle.
Stralingshoek en verblinding
Een brede bundel stuurt meer licht onder lage hoeken – precies de richtingen waarin mensen kijken als ze opkijken of door een hal kijken. Dat verhoogt het risico op verblinding, uitgedrukt als UGR. Smallere lenzen en vooral reflectoren snijden licht onder lage hoeken af en maken een armatuur aangenamer om onder te werken. In hallen met werkplekken, heftruckverkeer of balsporten is de optiek daarom even belangrijk als de lichtstroom. Meer hierover in UGR-waarde uitgelegd.
Buitenterreinen: symmetrisch of asymmetrisch?
Een schijnwerper met een symmetrische bundel van 120° die recht naar beneden schijnt, verlicht een cirkel. Gemonteerd op een gevel of mast en schuin gericht, stuurt hij een groot deel van zijn licht de lucht in of naar de buren. Asymmetrische optiek stuurt het licht naar voren en naar beneden, zodat het armatuur horizontaal kan blijven hangen: meer licht op het terrein, minder verblinding voor chauffeurs en minder lichthinder.
Voor bedrijfsterreinen en laadzones: zie Buitenverlichting voor bedrijfsterreinen; voor sportvelden en terreinen: Lichtverdeling op sportvelden.
Veelgemaakte fouten
- Enkel op wattage kiezen. Een armatuur van 200W met de verkeerde optiek verlicht een hal slechter dan een armatuur van 150W met de juiste.
- 120° in hoge hallen. Op 10–12 m komt een groot deel van het licht op de bovenste stellingen en wanden terecht in plaats van op de vloer.
- 60° in lage hallen. Op 4–5 m geven smalle bundels hotspots en donkere zones, tenzij u veel meer armaturen plaatst.
- Stellingen negeren. In magazijnen met smalle gangpaden is licht bovenop de stellingen verloren; gebruik gangpadoptiek en hang de armaturen boven de gangpaden.
- Geen fotometrisch bestand. Zonder LDT- of IES-gegevens is de stralingshoek op de doos de enige informatie – en die zegt niets over de vorm van de lichtverdelingscurve.
Veelgestelde vragen
Wat betekent een stralingshoek van 90°?
Binnen een kegel van 90° (45° aan weerszijden van de middellijn) bedraagt de lichtsterkte minstens de helft van het maximum. Op 8 m hoogte beslaat die kegel een cirkel van circa 16 m op de vloer. Daarbuiten straalt het armatuur nog licht uit, maar met lagere sterkte.
Is een bredere stralingshoek beter?
Niet per definitie. Een bredere bundel geeft gelijkmatiger licht en laat bij lage hoogtes grotere onderlinge afstanden toe, maar op grotere hoogte gaat meer licht verloren op wanden en stellingen en stijgt het risico op verblinding. De juiste hoek hangt af van hoogte, afstand en wat er verlicht moet worden.
Welke stralingshoek voor een magazijn met 8 m montagehoogte?
Meestal 90° voor open opslagzones. Voor smalle gangpaden tussen hoge stellingen werkt smalle of asymmetrische gangpadoptiek boven de gangpaden beter.
Wat is het verschil tussen stralingshoek en veldhoek?
De stralingshoek wordt gemeten bij 50 % van de maximale lichtsterkte, de veldhoek bij 10 %. De veldhoek is altijd breder en toont hoe ver bruikbaar strooilicht reikt.
Wordt een armatuur feller met een smallere bundel?
De totale lichtstroom (lumen) blijft gelijk, maar wordt op een kleiner oppervlak geconcentreerd, waardoor de lux recht onder het armatuur hoger is. De hal krijgt in totaal niet meer licht – het wordt alleen anders verdeeld.
Hoe bereken ik hoeveel armaturen ik nodig heb?
Vertrek van de vereiste gemiddelde lux en gelijkmatigheid, de afmetingen van de ruimte en de montagehoogte, en gebruik het fotometrische bestand van het gekozen armatuur in een lichtberekening zoals DIALux. Wij maken die berekeningen gratis voor u.
Bezorg ons de afmetingen en de montagehoogte. Wij maken een gratis DIALux-lichtplan met de juiste optiek, het aantal armaturen en de verwachte luxwaarden en gelijkmatigheid. EU-brede levering in 2–5 werkdagen, tot 5 jaar garantie.
Gratis lichtplan aanvragen





